Cookievoorkeuren instellen

Onze website maakt gebruik van cookies. Een cookie is een klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op de harde schijf van uw computer wordt opgeslagen. De cookies op onze website zijn bedoeld om u via ommelanderziekenhuis.nl zo goed mogelijk te bedienen.

Als u geen cookies voor YouTube video’s accepteert, kunt u geen video’s op deze website bekijken. Als u geen cookies voor Google Maps accepteert, kunt u geen Google Maps kaarten gebruiken.

Lees meer over cookies in ons cookiebeleid

Vanmiddag hebben de eerste Brabantse patiënten het Ommelander Ziekenhuis verlaten. Ze werden onder applaus uitgezwaaid door het personeel van de corona-afdeling van het ziekenhuis. De 2 patiënten uit Helmond en Tilburg gaan in redelijke gezondheid naar huis waar de zorg wordt overgenomen door de GGD.

Scheemda

In de ambulance hoorde de 51-jarige Harold Ouwens uit Helmond dat ze hem naar Scheemda gingen brengen. Hij had geen idee. Nog nooit van gehoord. Nu zal hij Scheemda nooit meer vergeten. Ouwens: ,,Toen ik aankwam, dacht ik wel, wat een mooi ziekenhuis. Het personeel was supervriendelijk. Top. Ik was er beroerd aan toe. Niet alleen fysiek, maar ook emotioneel vond ik het zwaar. Ik had voortdurend het gevoel dat ik zou stikken. Heel akelig. Je ligt angstig in bed. Je bent ver van huis en mist je gezin. Het is dan zo belangrijk dat je fijne mensen om je heen hebt.’’ 

Contacten met thuisfront

In het Ommelander Ziekenhuis lagen zondagmiddag bijna dertig coronapatiënten, het merendeel mensen uit Brabant. Het aantal mensen uit de regio neemt echter wel toe.

Lars Buter uit Winschoten werkt als verpleegkundige op de corona-afdeling. "We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat de mensen het goed bij ons hebben. En dat ze contacten kunnen onderhouden met het thuisfront. We regelen bijvoorbeeld iPads. Maar ik begrijp heel goed dat de patiënten vooral blij zijn als ze weer naar huis mogen.’’

Toekomst

Buter ziet uiteenlopende klachten, maar bij het meerendeel van de mensen is het vooral de benauwdheid in combinatie met enorme vermoeidheid. "Ik zie patiënten die iets willen zeggen, maar nog geen zin kunnen uitspreken. Patiënten willen het liefst slapen.’’

Voor Buter en zijn collega’s zijn het lange diensten. Het is pittig, maar het is nog te doen, zegt hij. "Je loopt de hele dag in een pak en dat is warm. We houden nog vast aan de acht-uursdienst. Maar je begint eerder en je blijft wat langer, na iedere dienst komen we even samen, want je maakt best heftige dingen mee.’’


En de komende dagen? Buter durft geen voorspelling te doen. "We bereiden ons zo goed mogelijk voor en meer kunnen we niet doen.’’

Lees hier het artikel in het Dagblad van het Noorden.

Nieuwsoverzicht
Complementary Content
${loading}