Een vernauwing (urethrastrictuur) in de plasbuis kan worden verholpen door een operatieve verwijding, die 'urethrotomie volgens Otis' wordt genoemd. Onderstaand leest u wat u bij zo'n operatie kunt verwachten, geven wij u aanwijzingen over de wijze waarop u zich op de behandeling kunt voorbereiden en vindt u informatie over het verloop van de behandeling.

Bij een urethrotomie volgens Otis wordt de plasbuis opgespannen zover als de vernauwing toelaat. Aan het instrument dat hiervoor wordt gebruikt, zit een klein mesje. Dit mesje beweegt mee met het instrument en maakt daardoor een ondiepe (enkele millimeters) klieving in de plasbuis. Door deze klieving wordt de vernauwing opgeheven.

Andere vormen van behandeling
Een vernauwing in de plasbuis kan ook verholpen worden door de plasbuis met speciale instrumenten op te rekken. Nadeel hiervan is dat de kans op terugkeren van de vernauwing veel groter is en dat het oprekken vaker moet gebeuren (pijnlijk). Bij vaak terugkeren van de vernauwing moet zelfkatheterisatie aangeleerd worden om dit voor te zijn. 

Het is belangrijk dat u ruim van tevoren, op voorschrift van de uroloog, stopt met het gebruik van bloedverdunnende medicijnen (bijvoorbeeld Sintromitis, ASA of Acetylsalicylzuur).

Meestal is op de polikliniek al met u besproken wanneer u moet stoppen met deze medicijnen. 
Mocht dit niet zijn gebeurd, laat u dit dan zo spoedig mogelijk aan ons weten. U kunt hiervoor op werkdagen tussen 08.00-16.30 uur bellen naar de polikliniek Urologie via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis: 088-066 1000.
Deze ingreep vindt plaats in dagbehandeling. Dat wil zeggen dat u op de dag van de ingreep wordt opgenomen op een verpleegafdeling maar ook dezelfde dag weer naar huis kunt.

Voorafgaand aan de ingreep heeft een verpleegkundige van de verpleegafdeling met u een opnamegesprek, waarin u ook uitleg over de afdeling en de ingreep krijgt.

De ingreep vindt plaats op de operatieafdeling. Voordat u daar naar toe gebracht wordt krijgt u een operatiejasje aan.

De ingreep duurt ongeveer vijf tot tien minuten.

Na de ingreep heeft u een katheter die aangesloten is op een urinezak. Met deze katheter gaat u naar huis.

Soms is er om de penis een verband aangelegd om te voorkomen dat er een bloeduitstorting in de penis (plasbuis) optreedt.

De volgende dag wordt u weer verwacht o­­p de polikliniek Urologie (tijdstip krijgt u bij ontslag mee) en wordt de katheter verwijderd. 

Aanvankelijk gaat het plassen nog niet zo goed, omdat de plasbuis van binnen nog gezwollen is.

Het plassen geeft een schrijnend gevoel. Dit komt doordat de urine de wond in de plasbuis passeert. Dit gevoel verdwijnt betrekkelijk snel, zeker wanneer u de eerste dagen flink drinkt.

In het begin kan er nog wat bloed en stolseltjes in de urine zitten. Dit wordt geleidelijk minder. Toch kan het vaak nog weken duren voordat alle stolseltjes verdwenen zijn.

Ook kan het voorkomen dat een eerst heldere urine plotseling weer bloedsporen zitten. Dit komt door het loskomen van wondkorstjes. Wanneer u op zo’n dag wat extra drinkt, verdwijnt dit vanzelf.

Het is belangrijk dat u zodra de katheter is verwijderd, de eerste weken goed blijft drinken.

Wij raden af om de eerste drie weken na de ingreep gebruik te maken van de fiets, motor, of bromfiets.

We raden ook af om de eerste drie weken na de ingreep seksuele gemeenschap te hebben. Bent u daarna voorzichtig, want de wond die zich binnen dicht bij het kruis bevindt, moet de rust krijgen om te genezen.

Wees de eerste 2 weken matig met het gebruik van alcohol, want alcohol verdunt namelijk het bloed.

Nabloeding
Een enkele keer komt het voor, dat er bloed uit de plasbuis gaat stromen wanneer de katheter verwijderd is. Meestal is het dan voldoende om weer een katheter voor één of twee dagen te plaatsen.

Katheterproblemen
Het komt vrij regelmatig voor, dat de blaas wordt gehinderd door de aanwezigheid van de katheter. Blaaskrampen (pijnlijke aandrang) met lekkage langs de katheter kunnen dan het gevolg zijn. Deze blaaskrampen zijn met medicijnen goed te verhelpen.

Incontinentie
Na een urethrotomie kan Incontinentie optreden doordat de urine nu gemakkelijker door de plasbuis kan stromen. Met enige oefeningen van de sluitspier en de bekkenbodem is dit meestal snel te verhelpen.

Urineweginfectie
Na de ingreep kan een urineweginfectie optreden. Dit komt niet vaak voor en de infectie is goed te behandelen met een korte antibioticumkuur.

Veel mannen denken dat ingrepen via de plasbuis impotentie kunnen veroorzaken. Dat is beslist niet het geval. Een urethrotomie heeft geen invloed op de erectie en het seksuele leven.

U krijgt bij ontslag uit het ziekenhuis een afspraak mee voor een controlebezoek aan de polikliniek Urologie. Om te kunnen beoordelen hoe het plassen gaat, wordt er dan een urinestraalmeting (= flowmetrie) gedaan. Zorgt u voor dat uw blaas gevuld is als u voor deze eerste controle komt. Ook wordt er tijdens dit bezoek een echo gemaakt om te kijken of er urine in de blaas achterblijft. Zo nodig wordt dit onderzoek na drie tot zes maanden herhaald.


Als iets u niet duidelijk is, vraagt u dit dan aan de verpleegkundige. U kunt uw vragen ook telefonisch stellen door te bellen naar het Klant Contact Centrum, telefoonnummer 088 - 066 1000. Indien gewenst kan er een afspraak gemaakt worden voor een aanvullend gesprek.

Is met de informatie op deze pagina uw vraag beantwoord?
Wilt u ons helpen deze pagina te verbeteren?

Bedank voor het insturen van uw feedback