De injectie wordt gegeven in het onderhuidse weefsel van de voorste buikwand, afgewisseld links en rechts. Bij uitzondering (bijv. recente ingrepen waarbij de buikhuid zich beslist niet leent voor injecties) wordt de injectie gegeven in het onderhuidse weefsel van de voor en buitenzijde van de bovenbenen. De luchtbel die in de spuitjes zit heeft een functie en dient niet weggetikt te worden. De naald wordt loodrecht in een tussen de duim en wijsvinger gevormde huidplooi gebracht. Niet opzuigen.

De injectie dient langzaam te geschieden. Nadat de vloeistof is ingespoten kan de naald worden verwijderd en de huidplooi losgelaten worden. Niet nawrijven!

De injecties worden tenminste 5 dagen gegeven en worden gestaakt wanneer het bloed voldoende “dun” is geworden.
Dit geeft de trombosedienst aan.


Is met de informatie op deze pagina uw vraag beantwoord?
Wilt u ons helpen deze pagina te verbeteren?

Bedank voor het insturen van uw feedback