In overleg met uw behandelend specialist is besloten u op de opnamelijst te plaatsen voor een gewrichtsoperatie. Hier informeren wij u hierover. Tijdens de operatie wordt uw kniegewricht vervangen door een kunst-gewricht, een prothese. U ontvangt deze brochure geruime tijd voor de operatie, zodat u rustig de tijd heeft om de informatie thuis op uw gemak te lezen. Wij hopen u met deze informatie vooraf goed te informeren.

Het kniegewricht

De knie is een scharniergewricht en heeft voornamelijk een buig- en strekfunctie.

Gewrichtsslijtage (artrose)

In het kniegewricht zijn de gewrichtsvlakken met een laag kraakbeen bekleed. Kraakbeen is glad en veerkrachtig en zorgt ervoor dat gewrichts-delen soepel langs elkaar glijden. Bij gewrichtsslijtage (artrose) is de kraakbeenlaag dunner geworden of zelfs helemaal verdwenen. Soepel langs elkaar glijden van de gewrichts-vlakken is dan niet of nauwelijks meer mogelijk. Bewegingen worden steeds moeilijker en pijnlijker. Tenslotte ontstaan ook in rust en tijdens het slapen pijnklachten. Op een röntgenfoto is de gewrichtsslijtage vaak goed te zien.

Behandeling met pijnstilling en fysiotherapie voor een eventuele operatie

Allereerst kunnen pijnstillers de pijn verlichten. Ook kan fysiotherapie tijdelijk pijnverlichting geven. Hiermee blijft het gewricht zo lang mogelijk beweeglijk en blijven de spieren in conditie. Als deze en andere maatregelen onvoldoende helpen en de klachten verder toenemen kan een operatie noodzakelijk zijn. 

Operatieve behandeling

Tijdens de operatie wordt het versleten kniegewricht vervangen door een kunstgewricht, ook wel prothese genoemd. De prothese wordt met botcement vastgezet. Met de prothese zijn op den duur vrijwel dezelfde bewegingen te maken als met het oorspronkelijke gewricht maar meestal zijn deze bewegingen van geringere omvang. 

Als u hersteld bent van de operatie zult u de pijnklachten voor het grootste deel kwijt zijn. Wel moet u op 3 tot 6 maanden rekenen voordat het gewricht volledig hersteld is van de operatie; soms duurt dit nog langer.

Operatierisico’s

Aan iedere operatie zijn risico’s verbonden, zo ook aan deze operatie. Daarbij gaat het om het risico van: 

  • trombose
  • infectie
  • nabloeding
  • luxatie (= uit de kom schieten)
  • zenuwbeschadiging
  • loslaten van de prothese. 

Bedenkt u wel dat dit uitzonderingen zijn en dat alles gedaan wordt om ze te voorkomen. 

Naast deze risico’s is er een aantal mogelijke gevolgen van de operatie waarmee u rekening moet houden, namelijk: 

  • tijdelijk verminderde beweeglijkheid van het gewricht en spierzwakte;
  • tijdelijke beperkingen in de activiteiten van het dagelijks leven.

Knievervangende operaties zijn grote ingrepen: houdt u rekening met een herstelproces van enkele maanden.

Vóór de opname
De opname duurt gemiddeld 2-4 dagen. Wat er tijdens deze dagen gaat gebeuren kunt u hierna lezen. Daarnaast zult u tijdens de opname dagelijks informatie krijgen over de activiteiten die zijn gepland.

Preoperatief spreekuur
Voordat u geopereerd kunt worden, moet u voor een onderzoek naar het preoperatieve spreekuur. Tijdens dit spreekuur inventariseert een verpleeg-kundige uw gezondheidstoestand. Indien u 55 jaar of ouder bent wordt er bloed bij u geprikt en wordt een hartfilmpje gemaakt. Ook spreekt u met de anesthesioloog (= narcotiseur), die uiteindelijk beoordeelt of en op welke locatie u geopereerd kunt worden. De anesthesioloog bespreekt onder andere met u hoe u tijdens de operatie wordt verdoofd. Bloedverdunners als Sintrom en Marcoumar moeten voor de operatie gestaakt worden. Ascal mag gewoon doorgebruikt worden. Dit wordt met u besproken op de polikliniek Orthopedie en/of tijdens het spreekuur van de anesthesist.

Voorlichtingsbijeenkomst

Eén keer per maand wordt in het ziekenhuis een voorlichtingsbijeenkomst gehouden voor patiënten die een nieuw kniegewricht moeten hebben. U ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging. Wij raden u sterk aan uw partner of een ander familielid mee te nemen. Tijdens deze bijeenkomst, die ongeveer 1,5 uur duurt, krijgt u informatie over de operatie en alles wat daarmee samenhangt. Wij adviseren u om vooraf de informatie in dit boekje door te lezen zodat u goed bent voorbereid. Eventuele vragen kunt u tijdens deze bijeenkomst stellen.

De oproep voor de operatie

Ongeveer een week voor de definitieve datum krijgt u thuis een brief van het ziekenhuis. Hierin staat behalve deze definitieve datum ook het tijdstip van de opname vermeld.

Infectierisico

Wanneer u kort voor de operatie een infectie (ziekte) heeft gehad, vragen wij u om dit vóór uw opname door te geven aan het secretariaat Orthopedie. Een infectie (ziekte) kan extra risico’s inhouden voor uzelf, uw medepatiënten en het ziekenhuispersoneel. Als u ergens een wond(je) heeft, verzoeken wij u dit te vermelden tijdens het opnamegesprek.

Wanneer u in de drie maanden voorafgaande aan de opname nog voor een consult of opname in een ziekenhuis in het buitenland bent geweest, vragen wij u ons dit zo spoedig mogelijk te laten weten.

Opnameduur

We streven naar een opnameduur van 2-4 dagen.

U zult tijdens de opname met veel mensen kennismaken, die u in het begin misschien moeilijk uit elkaar kunt houden. Aarzelt u niet om hen naar hun naam en functie te vragen. Op de dag waarop u wordt opgenomen, meldt u zich samen met uw begeleider op de plaats die staat aangegeven in de brief die u heeft ontvangen.

Als dingen onduidelijk zijn of als u zich ergens zorgen over maakt, kunt u altijd terecht bij een van de verpleegkundigen.

Vergeet u niet het loophulpmiddel dat u gebruikt of gaat gebruiken, mee te nemen. Ook de medicijnen die u thuis gebruikt, graag meenemen in de originele verpakking.

Afhankelijk van wat de anesthesist (= narcotiseur) met u heeft afgesproken krijgt u medicijnen waar u wat slaperig van kunt worden. U krijgt van de anesthesist de verdoving toegediend, die met u is afgesproken. Vlak voor de operatie krijgt u antibiotica via een infuus toegediend om de kans op een infectie te verkleinen.

 

De operatie duurt ongeveer 1,5 uur.


Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. In de loop van de dag brengt een verpleegkundige u terug naar uw kamer. 

Na de operatie heeft u: 

  • een infuus in de arm;
  • een blaaskatheter om de urine af te voeren;
  • soms een drain, die ervoor zorgt dat wondvocht afgevoerd wordt;
  • Een drukverband om de knie.

Medicijnen

Vanaf de dag van de operatie krijgt u dagelijks bloedverdunnende medicijnen. Dit is om trombose te voorkomen. Deze spuitjes moet u in principe tot 5 weken na de operatie blijven gebruiken. Als u Sintrom of Marcoumar gebruikt als bloedverdunners, dan start u daar kort na de operatie weer mee. Van de specialist krijgt u bij ontslag te horen of dit voldoende is, of dat u toch nog enkele dagen de bloedverdunnende spuitjes moet gebruiken. Bij gebruik van Ascal moet u 5 weken de spuitjes gebruiken.

Revalidatie

Na de operatie krijgt u fysiotherapie. De fysiotherapeut leert u oefeningen om de kracht van de spieren en de beweeglijkheid van het gewricht te vergroten. Zorgt u daarom dat u makkelijk, ruim zittende kleding meeneemt naar het ziekenhuis. 

Samen met de fysiotherapeut bekijkt u welk hulpmiddel voor u het meest geschikt is om mee te lopen: looprekje, rollator of twee krukken. Ook leert u in het ziekenhuis wat de juiste manier van lopen is na de operatie. Als u thuis moet traplopen, drempels of op- en afstapjes heeft, dan oefent u dit ook. 

Het is belangrijk dat u regelmatig loopt en zelf oefeningen doet, ook op de momenten dat de fysiotherapeut er niet is. Het is aan te bevelen om korte stukjes zelf te lopen, bijvoorbeeld in combinatie met een toiletbezoek. Dit natuurlijk altijd eerst in overleg met uw fysiotherapeut of de verpleeg-kundige. Een actieve bijdrage van uzelf zorgt ook voor een sneller herstel. Hoewel de prothese vanaf het begin vrijwel altijd volledige belasting verdraagt, moet u in ieder geval de eerste 6 weken na de operatie met krukken of met een rollator lopen om de spieren rondom het gewricht nog enigszins te ontzien.

Hulpmiddelen worden zo nodig aangevraagd in overleg met de transfer-verpleegkundige. Als door omstandigheden de hulp thuis toch ontoereikend is of wanneer het herstel tegenvalt, bespreekt de verpleegkundige van de afdeling of de transferverpleegkundige in het uiterste geval een tijdelijke opvang in een verpleeg- of verzorgingshuis.

Vlak voor uw ontslag neemt de fysiotherapeut uit het ziekenhuis contact op met de fysiotherapeut die u thuis gaat behandelen. Tijdens het revalidatieprogramma proberen wij u zo goed mogelijk voor te bereiden op de situatie thuis. Die situatie zal in het begin niet altijd even makkelijk zijn, omdat u nog niet alles zelf kunt doen. Het kan zijn dat u voor huishoudelijke klusjes zoals stofzuigen of ramen wassen de eerste drie maanden na de operatie hulp nodig heeft.

De hechtingen worden gewoonlijk 14 dagen na de operatie verwijderd in het ziekenhuis, waarbij ook de wond geïnspecteerd wordt.

Controleafspraak

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een controleafspraak mee. Ondanks een goede voorbereiding op het ontslag kunt u op onvoorziene problemen stuiten waar u thuis geen raad mee weet. U kunt in dat geval op werkdagen contact opnemen met Klant Contact Centrum van het ziekenhuis, telefoon-nummer 088 – 066 1000.


U kunt na de operatie tegen een aantal praktische problemen aanlopen. Er zijn verschillende hulpmiddelen en voorzieningen, die de verzorging en de zelfstandigheid de eerste 6 weken na de operatie kunnen vergemakkelijken. Wij raden u aan om vóór de opname in het ziekenhuis al te bekijken welke hulpmiddelen voor u van belang zijn en om dit ook te regelen vóór de opname. 

Besteedt u vóór de opname aandacht aan de volgende situaties. 

Opstaan

Opstaan met een knieprothese is lastig, omdat u maar één been hebt om goed mee af te zetten. Wanneer de stoel, het bed of het toilet te laag is, kan dit moeilijkheden opleveren. Eventueel kunnen een toiletverhoger of bedklossen uitkomst bieden.

Opstaan van het toilet

Tegenwoordig zijn toiletten vaak standaard al wat hoger, maar het kan zijn dat voor u (na de operatie) het toilet nog hoger moet zijn. Ook als u thuis al een verhoogd toilet heeft, moet u dus uitproberen of deze hoogte voor u na de operatie voldoende is om makkelijk te kunnen opstaan. Als u moeilijk kunt opstaan van het toilet gebruikt u dan een toiletverhoger. Let op: toiletverhogers zijn verkrijgbaar in verschillende hoogtematen! 

Opstaan vanuit bed

Bekijkt u in de komende periode hoe het opstaan vanuit bed verloopt, ook als u een seniorenbed heeft. Blijkt dat het u veel moeite kost om vanuit het bed op te staan, dan moet u het bed (tijdelijk) verhogen. U kunt hiervoor bedklossen gebruiken, maar u kunt ook een extra matras op het bed leggen of een extra lat onder de lattenbodem leggen. 

Langdurig staan

Langdurig staan kan de eerste tijd nog vermoeiend zijn. U zult daarom wat vaker willen zitten, ook tijdens activiteiten die u normaal staande uitvoert.Om u te kunnen wassen of douchen kunt u een losse stabiele douchestoel (met verstelbare poten) gebruiken. Deze douchestoel is te huur bij de thuiszorgwinkel. Tijdens activiteiten zoals eten koken of afwassen is het handig om een stoel in de buurt te hebben of dit helemaal zittend te doen. Activiteiten waarbij u veel moet lopen zoals stofzuigen, kunnen in het begin vermoeiend zijn.

Zitten
Het is belangrijk dat u na de operatie thuis beschikt over een goede hoge stoel met armleuningen. Het is noodzakelijk dat u goed kunt zitten en zit in een stoel waaruit u veilig kunt opstaan.

Traplopen

De fysiotherapeut oefent met u het traplopen, wanneer dit nodig is of wanneer u aangeeft dit prettig te vinden, bijvoorbeeld omdat uw slaapkamer boven is. Wanneer u alleen een toilet beneden heeft kan het zijn dat u ‘s nachts moet traplopen. Het kan dan wenselijk zijn om tijdelijk een postoel te gebruiken. 

Bukken

Net zoals dit al voor de operatie het geval kan zijn, is bukken na de operatie lastig omdat u maar één been goed kan belasten. Met een zogenoemde Helping Hand (HH) kunt u makkelijker dingen zoals de post, een spons of uw pen van de vloer oprapen. Een Helping Hand (HH) is een opraper en grijpertje tegelijk. U kunt hiermee ook dingen die ver voor u op tafel liggen, zoals uw boek, de krant of uw bril naar u toe halen. Als u nog niet in het bezit bent van een HH, kunt u deze het beste aanschaffen vóór opname en meenemen naar het ziekenhuis. U kunt de HH dan in het ziekenhuis al leren gebruiken en uitproberen. 

Aantrekken van de schoenen

De eerste periode na de operatie zijn stevige instapschoenen het meest gemakkelijk om te dragen. Heeft u lage schoenen met veters dan kan het gebruik van elastische veters ervoor zorgen dat u niet hoeft te bukken om veters te strikken. Door deze veters wordt uw veterschoen als het ware een instapschoen.Tevens zorgt een instapschoen er voor dat u zittend, zonder voorover te buigen, uw schoenen kunt aantrekken.

Wassen en kleden met een nieuwe knie
Doordat u uw nieuwe knie nog niet ver kunt buigen, kunt u de eerste 6 weken moeilijk bij uw voeten komen. U kunt uw voet dan ook niet wassen, drogen of een sok, kous of panty aantrekken zonder hulp van een ander of een hulpmiddel. Om uw tenen goed te kunnen wassen en drogen kunt u gebruikmaken van een lange schoenlepel, waaraan u met behulp van een elastiekje een washandje kunt vastmaken. Het aantrekken van uw ondergoed en een broek lukt meestal wel met een Helping Hand (HH), waarmee u de boord vasthoudt en hem zo bij uw voeten krijgt. Voor het aantrekken van sokken, panty’s en kousen bestaat een speciaal hulpmiddel, een sok-aantrekker, die het elastiek van de boord ver genoeg openhoudt om uw voet erin te krijgen en waarmee u de sok over de hak heentrekt. 

Extra tip: Zorgt u dat u spullen die u veel moet gebruiken, wat hoger neerzet (denk bijvoorbeeld aan pannen in het keukenkastje). Dit voorkomt dat u moet bukken.

In en uit de auto stappen

Zet u de auto niet te dicht naast de stoeprand. U moet niet vanaf de stoep-rand in de auto stappen vanwege het hoogteverschil, de zitting is dan namelijk te laag en u moet dan te diep buigen. Zet de stoel en de rugleuning helemaal naar achteren. Ga dan voorzichtig zitten, leun achterover en draai met twee benen tegelijk in de auto. Om makkelijker te kunnen draaien kunt u een plastic zak op de autostoel neerleggen. 

Hoe moet ik lopen?

Probeert u te lopen op de manier die u door de fysiotherapeut is geleerd. Loopt u tot het eerste controlebezoek wel steeds met de geadviseerde loophulpmiddelen.

Mag ik traplopen?

Het is belangrijk dat de verpleegkundigen en de fysiotherapeut weten dat u trappen moet lopen wanneer u weer thuis bent. Tijdens de opname in het ziekenhuis zal het traplopen voldoende met u worden geoefend, zodat dit thuis geen problemen oplevert.  

Hoe lang zal mijn nieuwe gewricht pijnlijk blijven?

De eerste weken na de operatie zult u nog wel pijn hebben rond het geopereerde gebied. Deze wondpijn is normaal. Het betekent dus niet dat de prothese loszit of niet goed werkt. De wondpijn wordt vanzelf minder en na een maand of drie zult u er weinig last meer van hebben. Het eerste jaar kan de knie nog wel reageren met zwelling en warm worden als u bijvoorbeeld een lange wandeling heeft gemaakt. Ook kunt u een tijdje last houden van een pijnlijk gevoel bij het lopen als u net bent opgestaan (zogenoemde ‘startpijn’ of ‘startstijfheid’). Thuis kunt u in het begin paracetamol gebruiken om de ergste pijn te verlichten. Ook koelen van het geopereerde gebied (bijvoorbeeld met zogenoemde ‘coldpacks’) kan de pijn en zwelling verminderen. 

Hoe lang blijft mijn been dik?

U zult merken dat uw been in de eerste weken dat u weer thuis bent, geleidelijk minder dik wordt. Om de zwelling te verminderen, is het verstandig om geregeld overdag de benen hoog te leggen. Ook is het belangrijk dat u regelmatig de oefeningen doet die de fysiotherapeut u heeft geleerd.  Als u een elastische kous in het ziekenhuis heeft gekregen is het verstandig deze overdag aan te houden tot de eerste poliklinische controle.

Hoe vaak moet ik oefenen?

De fysiotherapeut die bij u thuis komt, geeft aan hoe vaak en hoe lang u moet oefenen. Soms is fysiotherapie niet nodig. Dit wordt beoordeeld door uw specialist en de behandelend fysiotherapeut van het ziekenhuis.

Moet ik thuis ook koelen?

Als eenmaal thuis na het plaatsen van een knieprothese de knie weer dik wordt, is het verstandig om na het oefenen de knie te koelen. Doet u dit gedurende 20 minuten en nooit op de blote huid.

Wanneer mag ik weer in bad of douchen?

De dag na de operatie kunt u weer douchen. Tot het eerste controlebezoek op de polikliniek mag u niet in bad in verband met het risico van te diep te bukken, val gevaar en verweking van de wond-randen. Wij raden u aan zoveel mogelijk zittend te douchen of te wassen. Om uitglijden te voorkomen zijn in de douche een antislip- mat op de vloer, een stabiele stoel (of een tuinstoel) met leuningen en eventueel handgrepen aan de wand aan te raden. Gebruikt u zeep aan een koord, dit voorkomt dat de zeep valt. 

Hoe moet ik mijn wond verzorgen?

De operatiewond moet schoon en droog blijven. U kunt de wond het beste van boven naar beneden wassen, zijwaarts wordt afgeraden. Ook kunt u de wond het beste met uw handen wassen in plaats van met een washandje, en daarna deppend in plaats van wrijvend drogen. U mag rond het wondgebied geen crème of lotion gebruiken. De huid rondom de hechtingen zal er de eerste twee weken wat geïrriteerd en rood uitzien. Als de hechtingen zijn verwijderd, zal de roodheid minder worden. Als het wond-gebied rood blijft, erg gezwollen is of er blijft vocht uitkomen, dan moet u contact opnemen met de polikliniek Orthopedie op de locatie waar u bent geopereerd. 

Wat is de beste houding om te liggen in bed?

Na een knieoperatie kunt u het beste de eerste 6 weken op uw rug slapen, dit is de beste houding na de operatie. De knie is dan gestrekt en dat is vooral de eerste weken na de operatie belangrijk. Lukt dit absoluut niet, dan kunt u op uw zijde liggen maar doet u dan altijd een kussen tussen de knieën. 

Wanneer mag ik weer autorijden?

Als u weer voldoende controle heeft over uw geopereerde been kunt u weer autorijden. Wanneer u nog met krukken loopt is het zeer verstandig om niet zelf auto te rijden, dit om problemen met de verzekeringsmaatschappij te voorkomen. 

Wanneer mag ik weer fietsen?

Zolang u nog loophulpmiddelen gebruikt, raden wij u af buiten te gaan fietsen. Aan de fysiotherapeut die bij u thuis komt, kunt u vragen wanneer u eventueel op een hometrainer kunt fietsen. Als u weer buiten mag fietsen, kunt u het beste eerst een damesfiets gebruiken vanwege de lage instap. Zorgt u ervoor dat het zadel hoog genoeg staat, dit voorkomt dat u uw gewricht te veel moet buigen.  

Wanneer mag ik weer gaan sporten?

Als u weer een sport wilt gaan beoefenen, is het verstandig om dit eerst met de orthopedisch chirurg of met uw huisarts te bespreken. 

Wanneer is seksueel contact weer toegestaan?

Hiervoor zijn geen belemmeringen na de operatie.

Knieprothesen zijn gevoelig voor infecties!

Wanneer u in het lichaam een ontsteking heeft met pus (bijvoorbeeld een abces, steenpuist, ontstoken nagelriem etc.) maar ook bij een blaas-ontsteking of bijvoorbeeld een ontstoken tandwortel, neemt u dan contact op met uw huisarts. De prothese moet dan worden beschermd met een antibioticum. Alle bacteriële infecties zijn bedreigend voor uw prothese, dit blijft levenslang gelden!

Vragen

Het besluit om te opereren is in overleg met u genomen. Het is belangrijk dat u in grote lijnen weet wat er gedaan wordt rondom de operatie en waarmee u na de ingreep rekening moet houden.

Wij hebben geprobeerd om u in deze brochure hierover uitleg te geven. Mocht u na het lezen van de brochure toch nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u deze stellen tijdens de voorlichtingsbijeenkomst waarvoor u nog een schriftelijke uitnodiging krijgt.

Belangrijke adressen en telefoonnummer

Onderstaande adressen kunt u via het Klant Contact Centrum (KCC) bereiken via het telefoonnummer: 088 - 066 1000.


<< Plaats hier  de inhoud >>

Is met de informatie op deze pagina uw vraag beantwoord?
Wilt u ons helpen deze pagina te verbeteren?

Bedank voor het insturen van uw feedback