Tijdens de zwangerschap (of misschien al daarvoor) maak je een keuze welke voeding jij jouw kindje wilt geven; borst- of flesvoeding. Hiervoor is het belangrijk dat jij je goed informeert zodat een weloverwogen beslissing wordt genomen. Wij hopen dat de informatie in deze folder jou helpt bij de voorbereiding op en het geven van borstvoeding. Welke keuze jij ook maakt, het is onze taak om jou na de bevalling deskundig te begeleiden bij het voeden van jouw baby. In het Ommelander Ziekenhuis Groningen werken 1 lactatiekundige en 3 borstvoedingschoaches die geconsulteerd kunnen worden als dat nodig is. Als aanvulling op deze folder organiseert het Ommelander Ziekenhuis ook voorlichtingsavonden over ‘Bevallen thuis of in het ziekenhuis’, Borstvoeding’ en ‘Omgaan met je baby’. De data kun je vinden op het inlegvel of op www.ommelanderziekenhuis.nl. Op zowel de kraamafdeling als de kinderafdeling wordt gewerkt volgens de ‘10 vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding’. Deze regels zijn ontwikkeld door de WHO (wereldgezondheidsorganisatie) en UNICEF.

Alle instellingen voor moeder- en kindzorg moeten ervoor zorgdragen dat:

  1. Zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaardbekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
  2. Alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
  3. Alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
  4. Moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind worden geholpen met borstvoeding geven.
  5. Aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden.
  6. Pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie.
  7. Moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven.
  8. Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
  9. Aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen, geen speen of fopspeen wordt gegeven.
  10. Zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingsorganisaties.

Borstvoeding is de beste voeding voor baby’s. Moedermelk bevat waardevolle voedings- en afweerstoffen die kinderen nodig hebben voor hun groei, ontwikkeling en gezondheid. Baby’s profiteren daarvan optimaal als ze ten minste zes maanden borstvoeding krijgen. Daarna is ook bijvoeding nodig voor de verdere ontwikkeling.

Vooral de moedermelk van de eerste dagen na de geboorte bevat grote hoeveelheden beschermende stoffen. Daarna bevat de melk minder van deze stoffen, maar omdat het kind meer drinkt naarmate het groeit, krijgt het nog steeds evenveel beschermende stoffen binnen.

De positieve effecten op de gezondheid zijn het grootst als het kind minimaal zes maanden de borst krijgt. Daarna is ook bijvoeding nodig. Met borstvoeding kan worden doorgegaan zolang moeder en kind dat willen.

Borstvoeding beschermt het kind tegen acute middenoorontsteking, luchtweginfecties, diarree, eczeem en allergieën. Waarschijnlijk beschermt borstvoeding ook tegen overgewicht op latere leeftijd en tegen diabetes.

Ook de moeders profiteren van het geven van de borst. Borstvoeding beperkt het bloedverlies na de bevalling en maakt het gemakkelijker weer op gewicht te komen. Ook hebben vrouwen die borstvoeding hebben gegeven minder kans op borstkanker vóór de overgang, eierstokkanker en botontkalking.

Het is een misverstand dat borsten kleiner of slapper worden door het geven van borstvoeding. Veranderingen van de borsten hebben te maken met het doormaken van een zwangerschap, het al dan niet geven van borstvoeding maakt geen verschil.

Er bestaan nog veel meer misverstanden over borstvoeding. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

  • Mijn moeder had geen borstvoeding/kon niet voeden, dus ik vast ook niet.
  • Op de eerste dag is er geen voeding.
  • Met ingetrokken tepels kun je geen borstvoeding geven.
  • Dat je veel melk moet drinken als je borstvoeding geeft.

Dat een vader geen borstvoeding maar wél de fles kan geven is een vaak gehoorde reden om niet voor borstvoeding te kiezen. Immers: borstvoeding kan je partner het gevoel geven een beetje langs de zijlijn te staan. Niets is echter minder waar! De rol van je partner is juist erg belangrijk tijdens de borstvoedingsperiode! Hij kan je steunen en vertroetelen. Bovendien zijn er heel veel dingen die een vader wel kan doen; je baby in bad doen, verschonen of gewoon lekker knuffelen meteen na de voeding! Met de keuze voor borstvoeding geef je de baby de beste voeding die er is: moedermelk! Als dat geen reden is om te kiezen voor borstvoeding!

Je hoeft je borsten niet voor te bereiden op het geven van borstvoeding; tijdens de zwangerschap gebeurt dit vanzelf. Wel is het raadzaam om jezelf voor te bereiden op het geven van borstvoeding door er over te lezen, een cursus te volgen of door naar een voorlichtingsavond te gaan. Je weet dan beter wat je kunt verwachten.

Heb je in het verleden een borstoperatie ondergaan, gebruik je medicijnen of heb je om andere redenen twijfels en vragen, neem dan contact op met je verloskundige, gynaecoloog of met een lactatiekundige.

  • Leg je baby aan zodra hij/zij signalen geeft te willen drinken; bijv. zoeken, happen, likken. Meestal is dit binnen een uur na de geboorte.
  • Zorg voor zoveel mogelijk huid-op-huid contact, direct na de geboorte, maar ook daarna.
  • Laat je baby drinken zo lang als hij/zij dit zelf wil.
  • Laat je baby drinken zo vaak als hij/zij dit zelf wil.
  • Leg je baby opnieuw aan als het voeden pijn doet, waarschijnlijk ligt de baby dan niet goed aan de borst (in het begin kan het eerste aanhappen wel gevoelig zijn).
  • Probeer rust te creëren door een rustige omgeving op te zoeken tijdens het voeden maar ook door zelf even te gaan liggen als de baby slaapt.


  • Prikkel je baby zelf te happen. Dit doe je door het mondje van de baby te prikkelen met je borst.
  • Ondersteun je borst door je vingers onder de borst en je duim er bovenop te plaatsen.
  • Breng je baby naar de borst en niet andersom.
  • Als je baby hapt breng je de tepel in het mondje van de baby, dusdanig dat de tepel naar het gehemelte wijst. Je baby kan de borst dan goed pakken en gaan drinken.
  • Zorg ervoor dat je baby voldoende tepelhof in zijn/haar mondje heeft.
  • Ondersteun je baby tijdens het drinken maar laat de achterkant van het hoofdje vrij.
  • Je baby ligt met het buikje tegen je buik, zodat je borst recht voor het mondje ligt.


  • Als je baby voldoende tepel en tepelhof in zijn/haar mondje heeft.
  • Als de wangen bol blijven tijdens het drinken.
  • Als je geen smakkende geluiden hoort tijdens het drinken.
  • Als het drinken geen pijn doet.
  • Als de lippen naar buiten gekruld zijn.

In het begin zal je baby zo’n 8 tot 12 keer per 24 uur aan de borst willen drinken. Let hierbij vooral op de signalen die de baby geeft en houdt geen vast tijdschema aan (als er de eerste dagen meer dan drie uur tussen de voedingen zit, is het raadzaam de baby wél te wekken voor een voeding). Huilen is een laat hongersignaal, meestal begint de baby eerst smakgeluidjes en zoekbewegingen te maken of te sabbelen op z’n knuistjes als hij/zij honger heeft. De duur van de voeding kun je door de baby laten bepalen. Duurt een voeding aan een borst erg lang, kijk dan of je baby nog wel echt drinkt aan de borst en niet ligt te sabbelen. Het is goed om de baby de eerste borst leeg te laten drinken (een borst is leeg wanneer deze soepel aanvoelt) voordat je de tweede borst aanbiedt. Soms wil een baby de tweede borst helemaal niet meer of alleen heel kort, dit is normaal.

Hoe lang de borstvoedingsperiode gaat duren hangt helemaal af van jezelf en van je baby. Het advies van de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie), Unicef, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Voedingscentrum, is om je baby minimaal zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven.

De eerste dagen na de bevalling krijgt je baby colostrum; dit is heel voedzaam en bevat veel antistoffen. Rond de 3e/4e dag komt de melkproductie goed op gang en zal het colostrum overgaan in ‘gewone’ moedermelk. Je zult merken dat je borsten nu ook voller worden.

Bij borstvoeding is er sprake van een vraag- en aanbodprincipe; als je baby zo vaak en zo lang hij/zij wil aan de borst mag drinken, maak je vanzelf genoeg melk aan en krijgt je baby precies wat het nodig heeft.

  • Verandering in het drinkritme van de baby.
  • Je baby begint in een snel ritme te drinken en gaat langzame teugen drinken als de melk begint te stromen.
  • Het horen drinken van je baby.
  • Prikkelend gevoel in je borst.
  • Het optreden van naweeën.
  • Het lekken van uw andere borst.
  • Op de klok voeden.
  • Het neusje vrijhouden.
  • De voedingstijd bekorten terwijl de baby drinkt.
  • Doorgaan met voeden als het pijn doet.
  • Een (fop)speen aanbieden; met name in de eerste weken kan de baby hierdoor last van ‘zuigverwarring’ krijgen.


  • Als de baby voldoende plasluiers heeft. Na de eerste week zijn dat zes flink natte luiers per 24 uur. De eerste vier tot zes weken heeft de baby enkele malen per dag een poepluier. Daarna kan de frequentie afnemen. Het meconium verandert na twee tot drie dagen in zachtgele ontlasting.
  • Als de baby tevreden is na de voeding.
  • Als de baby goed groeit.


Er kunnen momenten zijn dat je baby niet meer tevreden lijkt met de hoeveelheid melk die je geeft. Je baby kan dan een groeispurt maken, is langer wakker en actiever. Dit komt vaak voor rond de tiende dag, zes weken en drie maanden, maar ook op andere momenten. Door vaker aan te leggen worden vraag en aanbod weer op elkaar afgestemd. Ook kan het voorkomen dat de baby enkele korte voedingen achter elkaar wil drinken en daarna een lange rustpauze heeft. Dit noemt men ‘clustervoeden’. Vaak komt dit ‘s avonds voor.

In het ziekenhuis is een elektrische kolf aanwezig die je kunt gebruiken als dat nodig is. Het is nog niet raadzaam om tijdens de zwangerschap een kolf te kopen. Dit kun je beter doen als je weet of je een kolf gaat gebruiken en hoe vaak. Kijk voor informatie op internet of raadpleeg de kraamzorgorganisatie.

  • Je kunt in principe alles eten wat je tijdens de zwangerschap ook at aan kruiden, etc.
  • Ook mag je weer filet american, rauwmelkse kazen en dergelijke eten.
  • De meeste medicijnen kun je gebruiken tijdens het geven van borstvoeding. Overleg wel altijd met je huisarts/apotheek. Mocht er een vermoeden bestaan van een allergie bij je baby, dan kun je dit het beste overleggen met je huisarts of op het consultatiebureau.

Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen:  0900 – 522 8284 of www.nvlborstvoeding.nl.

Is met de informatie op deze pagina uw vraag beantwoord?
Wilt u ons helpen deze pagina te verbeteren?

Bedank voor het insturen van uw feedback