Therapieën na een operatie

Na de operatie zijn er vier mogelijke therapieën:

  1. chemotherapie
  2. hormoontherapie
  3. radiotherapie
  4. doelgerichte (immuno) therapie

Chemotherapie

In het geval van chemotherapie bezoekt u de medisch oncoloog. Deze geeft informatie over de meerwaarde, aard, doel duur en de bijwerkingen van de behandeling. Na het gesprek met de medisch oncoloog hebt u nog een informatiegesprek met de VSO over de chemotherapie. In dit gesprek ontvangt u meer gedetailleerde informatie en wordt de behandeling ook gepland. De chemokuren vinden plaats in het Ommelander Ziekenhuis (u kunt op beide locaties terecht) onder begeleiding van de medisch oncoloog en VSO.

De dag voorafgaand aan elke chemokuur vindt een laboratoriumonderzoek en een bezoek aan de medisch oncoloog of VSO (om en om) plaats en zonodig bij complicaties en bijwerkingen vaker. U kunt de VSO bij vragen, onduidelijkheden of complicaties altijd bellen, bij voorkeur tijdens het telefonische spreekuur en zo nodig daar buiten. ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend kunt u hiervoor onze afdeling spoedeisende hulp bellen.

Tijdens de chemotherapie wordt u begeleidt door de verpleegkundige die de chemotherapie toedient op de afdeling chemokamer. Bekijk ook de folders 'Chemotherapie' van de KWF.

Hormonale therapie

Vaak zijn borsttumoren gevoelig voor hormonale therapie. Het tumorweefsel heeft een zogenaamde hormoonreceptor. De medicijnen beinvloeden de aanmaak van hormonen of de werking van de hormoonreceptoren op de borstkankercel.

Bij hormonale therapie bezoekt u de medisch oncoloog voor een gesprek over de aard, het doel, de duur, bijwerkingen van de behandeling.
Tevens heeft u een informatiegesprek met de VSO voor een nadere toelichting op de therapie. U krijgt dan informatie over de mogelijke bijwerkingen en de wijze waarop u begeleid wordt tijdens de hormonale therapie.

Als u chemotherapie en hormoonbehandeling krijgt dan wordt het gesprek met de medisch oncoloog gecombineerd. Dat geldt ook voor het gesprek met de VSO. Ook hier vinden de controles om en om plaats door de medisch oncoloog en de VSO. Bekijk de folder 'Hormoontherapie bij borstkanker'.

Radiotherapie

De radiotherapie wordt uitgevoerd in het UMCG. Normaal gesproken gebeurt dit binnen 4 tot 6 weken na de operatie. Tijdens het eerste bezoek aan het UMCG vindt de intake plaats, wordt het bestralingsgebied afgetekend en wordt er een planning gemaakt. Tijdens het tweede bezoek zal de eerste bestraling plaatsvinden. Vervolgens is er tweewekelijks een gesprek bij de radiotherapeut mogelijk om uw vragen te beantwoorden. Bekijk de folder van de KWF 'Radiotherapie'

Doelgerichte( immuno) therapie

Doelgerichte of immuno therapie wordt steeds meer gebruikt bij de behandeling van kanker. Deze therapie bestaat uit medicijnen die een specifiekere werking hebben dan chemotherapie. De medicijnen grijpen aan op bepaalde groeifactoren en receptoren van deze groeifactoren. De groeifactoren stimuleren de groei van kankercellen die daar gevoelig voor zijn; doelgerichte therapie blokkeert deze stimulerende werking door:

  • de groeifactor zelf te blokkeren;
  • het blokkeren van (de werking) van de groeifactorreceptor.

Trastuzumab (Herceptin ®)
Bij de doelgerichte behandeling van borstkanker wordt tegenwoordig vooral het medicijn trastuzumab gebruikt. Sommige borsttumoren zijn zeer gevoelig voor dit medicijn. Het tumorweefsel heeft dan de zogenoemde HER2 receptor.
Of u voor behandeling met het medicijn trastuzumab in aanmerking komt, hangt onder andere af van de eigenschappen van de tumor. De eigenschappen zijn door de patholoog aangetoond na onderzoek van het tumorweefsel dat tijdens uw borstoperatie is verwijderd.

Bevacizumab (Avastin®) (bij uitgezaaide borstkanker)
Bevacizumab is een zogeheten angiogeneseremmer. Met angiogenese bedoelen we de vorming van nieuwe bloedvaten. Een angiogeneseremmer remt dus de vorming van nieuwe bloedvaten. Tumoren hebben voedingsstoffen en zuurstof nodig om te kunnen groeien. Deze worden aangevoerd via het bloed. Om verder te kunnen groeien heeft een tumor dus een steeds grotere toevoer van bloed nodig. Door de vorming van nieuwe bloedvaten in een tumor is dat mogelijk. Als de nieuwvorming van deze bloedvaten geremd wordt, kan de tumor niet verder groeien. Het toevoegen van bevacizumab aan chemotherapie verbetert de vooruitzichten voor patiënten.

Doelgerichte therapie wordt meestal tegelijk met of na de chemotherapie gegeven, maar niet tegelijk met bestraling.

Meer informatie over doelgerichte (immuno) therapie kunt u lezen in de brochure ‘Immunotherapie en monoclonale antilichamen’ van KWF Kankerbestrijding.


Terug naar de pagina 'Borstkanker onderzoek en behandeling'.